Rondreis Turkeije 2002

EEN VAKANTIE IN TURKIJE

Bij menigeen is vakantie meestal het vertrek naar streken die men nog niet bezocht heeft. En op mijn lijstje van gebieden die ik nog wel eens zou willen bezoeken was het gebied van Turkije, grenzend aan de Zwarte Zee. Met name de steden Trabzon, Samsum en Rize en omgeving. Waarom juist dit gebied? Menigeen die ik in Turkije sprak raadde mij aan om daar eens te gaan kijken, waarbij de nadruk er op gelegd werd dat het er zo mooi was.


Licht zwarte lijn heenreis, dik zwarte lijn terugreis.

Route: Istanbul-Bolu-Gerede-Safranbolu-Kastamonu-Samsun-Trabzon--Torul-Gumushane-Bayburt-Akbulut-Koknar-Of-Rize-Ardesen-Camlihemsin-

Rize-Trabzon-Samsun-Amasya-Corum-Bogazkale-Sungurlu-Kirkale-Ankara-Bolu-Istanbul

Dit jaar was het dan zover en zouden mijn zoon en ik een tocht naar dit gebied maken. Op zondag 27 oktober vertrokken we ’s morgens om negen uur per vliegtuig naar ons startpunt Istanbul.
Over het algemeen is de vertrektijd van een vlucht per charter meestal later dan gepland, maar ditmaal was dat niet het geval. Er werd bij het instappen zenuwachtig gedaan door de pursers en gelijk toen ze allemaal zaten vertrok het vliegtuig. Grommend en zwierend trok het op en eenmaal op hoogte sloeg het telkens in een dal. Na een half uur werd het beter. Tegen de avond toen we naar huis belden bleek dat er die dag een flinke storm over ons land had geraasd en dat het vliegverkeer rond tien uur was gestaakt. Later zou ik vernemen dat het op de tuin met een aantal kapotte ruiten nog was meegevallen. In een ons bekend hotel was men van onze komst en de bedoeling op de hoogte. Toch werden wij door de manager van het hotel nog aan de tand gevoelt waar we heen zouden gaan. Samen werd vervolgens aan de hand van de kaart van Turkije de route uitgezet. Op alle bezienswaardigheid langs deze route werden wij gewezen en dat werd door ons gretig opgeschreven. Dinsdags stond er om negen uur ’s morgens een wagen voor ons klaar. Het was een in licentie in Turkije gebouwde Fiat, vergelijkbaar met een Renault Clio. Vanuit de binnenstad Sirkeci vertrokken we via de Galatabrug (de wijk is bekend van de voetbalclub Galatesaray)de wijk Besiktas (ook al bekend van de club Besiktas) naar de Bosporusbrug. Voor deze brug is een tolgeld verschuldigd. En daar zaten we dan op de autosnelweg richting Bolu, Ankara. De snelweg is bereikbaar via een tolstation, kosten 2.500.000 Turkse Lira. De tolgelden voor de brug alleen bedroeg 1.000.000 TL. Vergelijking: een miljoen TL is ongeveer in Euro 65 cent. De weg voerde ons richting Bolu - Ankara, maar 100 km voorbij Bolu sloegen we af richting Zwarte Zee.

Langs de weg bij Gerede

 

Tegen een uur of vier kwamen we in onze eerste halteplaats: Safranbolu. Deze plaats staat bekend om haar speciale bouw van schaakbordhuizen. Zo zien de huizen en hotels er ook echt uit. Het plaatsje is gebouwd in een afgegraven berg waarin zich kostbaar erts bevond. Nu is het plaatsje als het ware gelegen in een dal.

Safranbolu

 

 

 De volgende dag ging het richting Samsun waarbij we halverwege de stad Kastamonu passeerden. Het gehele gebied dat we vanaf de afslag bij Bolu passeerden was een aaneenschakeling van bergen. En deze bergen die in de verte een witte top hadden, waren getooid met de mooiste kleuren. Het gehele gebied zag er uit als een groot landbouwgebied. En wat voor landbouw. We zagen haast uitsluitend suikerbieten, suikerbieten en nog eens suikerbieten. En die werden juist in deze tijd van het jaar gerooid. Het was een komen en gaan van tractoren en karren en vrachtauto’s met suikerbieten. Op een bepaalde plaats zag je een soort fabriek waar de vrachten blijkbaar werden gewogen en daarna werden gelost. De aanblik bij zo’n station was een gigantische berg van suikerbieten. Doordat de oogst van de velden gehaald waren kon je nu mooi onderscheiden dat de grond er een grote variëteit had. Zwarte grond, verderop bruin tot roodachtig, groen tot blauwachtig. De reden van deze kleurverschillen heeft te maken met de erosie van vroegere vulkanen. De bergen schijnen ook bepaalde grondstoffen te bevatten want op een gegeven moment kwamen we in een bepaalde streek rondom de stad Kastamonu dat bekend stond als de beste plaats waar knoflook verbouwd wordt. We werden er op gewezen dat de knoflook hier vandaan beter en sterker was dan elders. Langs de plaatsjes in de buurt van deze stad stonden langs de weg stalletjes met alleen maar knoflook. Natuurlijk wilden we als souvenir graag een paar kilo meenemen en dat hebben we geweten. De bos verdween in de kofferbak en vanaf die tijd kwam ons elke keer dat we in stapten een golf gas tegemoet. Het bleek dat deze knoflook echt veel sterker was als de soorten die we tot nu toe gebruikten uit bv. Spanje of andere landen. De oorzaak van de prima kwaliteit is gelegen in het feit dat ze ook weer verbouwd wordt op eeuwenoude lavagronden.


Tegen een uur of vier kwamen we aan in de stad Samsun dat gelegen is aan de Zwarte Zee. Hier bleven we maar een nacht om de volgende morgen weer te vertrekken naar Trabzon waar we twee dagen verbleven. Dit was voornamelijk om de stad te bezichtigen maar ook de omgeving. Het is een prettige stad om te vertoeven, niet te groot maar erg gezellig. De dag werd verder besteed aan een bezoek aan het Sumela klooster. De weg er naar toe voert over de oude karavaan route naar Erzurum en de Zigana-pas. Vanaf de zee trek je een bergachtig gebied binnen met bossen en watervallen en heel leuke valleien. Het klooster dat bekend staat als het Moeder Maria klooster ligt boven in de bergen en bestaat al sinds de 6e eeuw. Waarom de monniken die het gebouwd hebben precies daar gingen zitten is mij niet bekend. Tot een bepaalde hoogte kan men het nu met de auto bereiken. Dan is er een parkeerplaats en moet verder geklommen worden. Hoe hoger men komt des te smaller wordt het pad. Wie hoogtevrees heeft moet dit beslist niet doen want naast het pad gaapt een diepe afgrond. Maar het uitzicht is geweldig en als men er eindelijk komt blijf je met veel vragen zitten: hoe heeft men al die stenen en dergelijke naar dit plekje kunnen brengen. En dan de bevoorrading want al het eten moet ook aangevoerd worden want op die rotsen kun je niets verbouwen. Het waarom kan men nog enigszins gissen, want het waren monniken. Maar wat een karwei. Nu is het klooster een monument. Het bezit cellen, een ziekenzaal en een bibliotheek.

Sumela kloosterZigana pas

Een dag er na vertrekken we weer uit Trabzon. Er volgt een zeer mooie rit de bergen in waarin we nu via de Zigana pas (hoogte 2600 meter) richting Torul willen. Onderweg slaan we echter eerst nog af naar het kleine dorpje Hamsikoy. Dit dorpje is niet bereikbaar via de autosnelweg maar er komt een afslag en daarbij gaat het via de eeuwenoude weg die vroeger de Zijderoute werd genoemd. De weg is net breed genoeg voor een auto. Komt er een tegenligger dan wordt het even uitkijken naar een geschikte plek om uit te wijken de naastgelegen weide in. Tot Hamsikoy is de weg geasfalteerd, daarna is het een verharde weg met kuilen en gaten. In het dorpje hebben we in een theehuis een gesprek met de bezoekers. Ze zagen ons eerst voor Amerikanen aan, maar toen bleek dat we uit Holland kwamen was het ijs gauw gebroken. Er werd iemand geschartert die Duits sprak en zo konden we vertellen en vragen. De Duits sprekende had zijn werkzaam leven in de heimat doorgebracht. Tegen zijn pensioen was hij teruggekeerd en nu verbleef hij de zomermaanden in het dorpje, genietend van de frisse berglucht, de rust en de mooie natuur. In de winter vertrok hij naar Trabzon waar hij ook een huis bezat. Dit was een voorbeeld van een geslaagde gastarbeider. Natuurlijk kregen we thee en de nodige adviezen voor onze verdere reis.


Zilkale kasteel

Na dit leuke dorpje zochten we weer de snelweg op via de pas richting Torul, waar we via een prachtige vallei aankomen in de Torul vallei. Hier bezoeken we de Karaca druipsteen grotten. In deze grotten hebben zich in de loop der eeuwen prachtige druipsteen formaties gevormd, die werkelijk een lust voor het oog zijn. De lucht in deze grotten schijnt een genezende en verzachtende werking te hebben op mensen met bijvoorbeeld astma of bronchitis.

 

Daar kunnen we echter niet zo lang blijven omdat we verder willen richting Bayburt. Hier slaan we af om het dorpje Uzungol dat aan een prachtig meer ligt te bezoeken. De bedoeling is dat we daar overnachten want het dorpje telt een aantal pensions. Het is een mooie omgeving voor wandelaars. We slaan de weg in die zeer spaarzaam geasfalteerd is. Op deze weg ligt een dorpje waar een boerengemeenschap woont. Voorbij het dorpje wordt de weg echter minder. Het is gewoon een verharde weg met gaten en kuilen. We hebben geluk dat het een tijd niet heeft geregend want anders was het natuurlijk een modderpoel. Het is rond twee uur dat we het dorpje passeren en onze opgaaf is om in ieder geval tegen vier uur een onderkomen voor de nacht te vinden. In deze tijd van het jaar begint het tegen deze tijd donker te worden. Vandaar. We vorderen gestaag en genieten van het weidse uitzicht. Mensen zien we niet meer. We beginnen ons wel eenzaam te voelen want het is niets dan klimmen. De weide omgeving, nu niet meer begroeid met bomen of struiken, is meer een kaal gevreten weide. In de zomer grazen hier de schapen. Rond drie uur komen we op een hoogte waar we stoppen. Een vos staat ons verbaasd aan te kijken en verdwijnt langzaam. We kijken om ons heen en zien voor ons een berg. Wat zullen we doen? Teruggaan? Dan komt er ineens een auto uit tegenovergestelde richting. De inzittenden kijken verbaasd en wij ook. We overleggen met zijn beiden en besluiten om toch nog door te rijden. Voor ons zien we een berg. Maar er kwam toch iemand vandaan. We rijden door tot we op de top van de tegenover ons liggende berg zijn. In de diepte zien we niets dat wijst op een dorpje of zo. Maar terugkeren kan helaas ook niet meer want de weg is te smal om te keren. Naast ons gaapt de afgrond. Dus rijden we verder. Inmiddels is de zon achter de achter ons liggende berg verdwenen en begint het reeds te schemeren. We dalen nu af naar een dal dat echter geen dal is, want voor ons rijst al weer een nieuwe berg op. Het wordt koud nu, de zon is verdwenen en de kachel gaat aan. Echt knus is het echter niet en we beginnen weer te klimmen. Rondom ons zijn het nu allemaal bergen en de weg is smal en het is koud en het begint donker te worden. Goede raad is duur. Sneller kan ook niet want de bochten zijn zo smal dat de chauffeur eerst moet stoppen, achteruit rijden en dan de bocht kan nemen. We zeggen maar weinig tegen elkaar, van de spanning. Wanneer er een enorm rotsblok op de weg ligt en we hem niet kunnen ontwijken houden we de adem in. De bodem schuurt over de steen maar gelukkig gebeurt er verder niets. Wanneer we de top bereikt hebben staat er een bordje met de aanduiding: 2.330 meter. Verder niets. We weten dat het de hoogte is maar we hadden liever gezien dat er een richtingbordje stond. Waar komen we uit. Na de top moeten we weer dalen. Naast ons zien we dat er sneeuw ligt, of liever ijs. Nu zien we op sommige plaatsen water naar beneden sijpelen maar op de weg waar we op rijden is het ijs. Inmiddels hebben we de lampen aangedaan en stilaan wordt het donkerder en donkerder.

Over de pas naar Uzungol

Feitelijk is dat wel een vooruitgang want nu kan ik niet meer naast me zien dat er een afgrond gaapt. Dan komen we bij een splitsing, maar er staat geen naambordje of zo. We besluiten om maar gewoon door te rijden. Het is pikdonker, alleen de lichtbundels van de auto verlicht de weg. Maar dan, dan zien we in de verte een lichtpunt. Wat zou dat zijn, een tegenligger? We kunnen hier immers niet passeren. Langzaam kruipen we er naar toe. Dan na de zoveelste klim, terwijl het licht soms uitdooft, zien we het opeens helderder. Nog even en we zien een auto voor ons op de weg staan, maar er staat ook een boerderij. De auto is houtblokken aan het afladen, die natuurlijk voor de winter zijn bedoeld. We kunnen echter niet passeren maar terwijl we stoppen zien we mensen heen en weer lopen en gaat de chauffeur enkele meters vooruit richting naar de boerderij. Er staan ook wat schuren maar goed kunnen we het niet zien in het donker. Dan kunnen we passeren. We vragen aan een van de mannen of we rechtdoor naar Trabzon gaan. Het antwoord is beamend en ze wijzen in het donker. We rijden verder. We halen een beetje opgelucht adem en we hopen in stilte dat we nu toch wel in de bewoonde wereld zullen komen. En dat is zo, na een bocht zien we nu meer lichtpunten in de verte. Weer is het klimmen, niet zo hoog meer en dalen. Dan blijken we in een dorpje te komen. We zien meer mensen en een volkswagenbusje met inzittenden. We vragen weer of we richting Trabzon gaan en weer beaamt men dat. Nu wordt de weg iets beter. We passeren weer een grote bus vol met mensen en dan zien we nu duidelijk een groot aantal lichtpunten.
Na ronduit een half uur rijden we eindelijk via de verharde weg een geasfalteerde weg op een groter dorp binnen. We hebben het gefikst. In de dorpsstraat stoppen we en vragen of er ook een hotel is, want feitelijk zijn we bekaf. Men neemt ons mee naar een Turks theehuis, waar naast een deur is waarop staat hotel. We mogen door het lokaal naar boven en krijgen de kamers in ogenschouw. We kijken elkaar aan en slaan meteen op de vlucht. Dan blijven we maar liever in de openlucht slapen.


Het meer en de moskee van Uzungol, waar we naar toe wilden, maar nooit gezien hebben.

We stappen weer in en besluiten nog een eind door te rijden. Wanneer we het dorp uitrijden komen we aan een kruising, links staat een bord richting Trabzon, 70 km. Rechts is het richting Rize, 20 kilometer. Natuurlijk gaan we rechts. We rijden nu weer langs de Zwarte Zeekust en komen laat in de avond in Rize. Een gezellig stadje waar we van de belevenis van deze dag willen bijkomen in een leuk hotel. Hier besluiten we twee dagen te blijven om dan weer verder te gaan.

Rize

De streek rond Rize geldt als de regenrijkste van Turkije vandaar dat in dit gebied de beste thee wordt verbouwd. Langs de weg staan de theefabrieken van de Turkse firma Tekel, die het monopolie bezit. Vanuit Rize maken we een trip naar Camlihemsin. De streek heeft de eer de naam "klein Zwitserland" te bezitten. De wegen kronkelen langzaam tegen de bergen op. Na het oversteken van de rivier voor Borcka verandert de vegetatie onverwacht snel; de hellingen worden steeds kaler en steiler. Lange hangbruggen overspannen de Coruh, een wilde witkolkende rivier, en het landschap doet verlaten aan; smalle wegen lopen zo maar ergens heen en meestal eindigen ze in het midden van niets. Vlak na Camlihemsin wordt de weg steeds slechter. Na onze eerdere ervaring van gisteren besluiten we niet verder te rijden, maar te stoppen. We lopen nog een stukje verder en kopen in een dorpje enige boodschappen. Halverwege de terugweg naar Rize stoppen we om te picknicken. We rusten wat uit en slaan de theeplukkers gade. Ook proberen we een hangbrug over de rivier uit. Wat een gammele ervaring is. De volgende dag besluiten we in Rize te blijven. Het is marktdag en we zitten uren in de theetuin, waar het heerlijk vertoeven is. Deze theetuin is een prettig plekje in Rize met terrassen te midden van bloemperkjes en een mooi uitzicht op de stad. Overal wordt thee verkocht en natuurlijk slaan ook wij wat in. 's Middags wordt het steeds drukker. Er zijn binnenkort verkiezingen en de leiders van de partijen zijn op tournee. 's Avonds in het restaurant hebben we ons kostelijk vermaakt met de ober. We hadden beneden alles al aangewezen en gingen vervolgens boven zitten. Echter de ober was hiervan niet op de hoogte. Het was een heel gedoe om alles duidelijk te maken. Af en toe kwam hij even praten, maar z'n engels was te gebrekkig om iets zinnigs te zeggen. Terug in het hotel informeerden we bij de hoteleigenaar wat er hier aan de hand was, omdat het steeds drukker werd op straat met veel politie. Deze sprak echter geen buitenlandse taal. Er werd iemand bijgehaald, die politieagent bleek te zijn. De agent vertelde dat de leider van de AK-parti hier in Rize op tournee is. Hij behoorde tot de ME die eventuele ongeregeldheden moest voorkomen en logeerde met zijn manschappen in dit hotel. Hij vertelde dat hij uit Bogazkale kwam, de plaats die wij nog wilden bezoeken. Uiteindelijk verliep de meeting rustig.

Hangbrug over de Coruh

AMASYA

Ons volgende doel was de grote stad Amasya. De weg erheen kronkelt door een vallei met de meest weelderige boomgaarden met kersenbomen. Er wordt beweerd dat de kersenboom uit Turkije stamt, net als de Tulp, en in het bijzonder uit deze streek. De kersen zijn heerlijk van smaak. Amasya zelf ligt in een kleinere vallei en is rijk aan historie. We komen de stad binnen en zien een fraaie omgeving met huizen die zich weerspiegelen in een gekanaliseerd riviertje waaraan ze gelegen zijn. Dit schijnt gelijk de hoofdstraat te zijn. We zien verschillende hotels en zoeken er een uit, gelegen aan pleintje. Op dat pleintje zijn verschillende restaurants gevestigd en we laten ons een heerlijke pizza goed smaken.

Tegenover ons, over de rivier en de huizen aan de andere kant, ligt een fort dat naar verluidt gebouwd is door Mithridates, en bekende heerser uit lang vervlogen tijd. De plaats is lange tijd de hoofdstad geweest van de koningen van Pontus die tweehonderd jaar voor Christus over bijna heel Anatolie heersten. Nog vroeger werd Amasya gesticht door de Hittieten, veroverd door achtereenvolgens Alexander de Grote, nog weer later door de Romeinen en daarna weer door de Mongolen. Hierna kwamen de Osmanen die vanuit deze vesting de Perzen bevochten.De steile rotswand die hoog boven de stad uittorent en die aan de overkant van ons hotel ligt is een monument. In die rotswant zijn de gaten zichtbaar die destijds werden gemaakt om de koningen van Pontus in bij te zetten. Van daaruit heeft men een schitterend overzicht van de stad.In de stad is een grote moskee genaamd Sultan Beyazit de Tweede. Het is de ontmoetingsplaats van veel Turken en bezit prachtige tuinen, een grote bibliotheek waar de studenten uit de stad hun kennis opdoen uit zeldzame boeken. Men kan er verder gezellig zitten in de tuinen en thee drinken. Op 12 juni 1919 heeft Mustafa Kemal, de latere Ataturk, hier met een aantal vrienden de grondslag gelegd voor de huidige Turkse Republiek. Bij het begin van het centrum staat op een pleintje een monument met een afbeelding van de strijd die toendertijd gevoerd werd.'s Avonds zijn het fort en de graven schitterend met kleuren verlicht. We zitten nog tot 's avonds laat op het terras met verschillende mensen te praten.

Amaysa)

De volgende dag gaan we op weg naar Bogazkale. We komen langs Corum waar het erg stinkt en heiig is. Een chauffeur vertelt ons dat Corum een industriestad is, dat in een dal ligt, waardoor de lucht als het mooi weer is niet wegtrekt.

Bogazkale

Ongeveer 200 km ten noordoosten van Ankara ligt Bogazkale. Vanaf de afslag bij Sungurlu voert een smalle weg naar Bogazkale. Dit is het beginpunt van een tocht langs de resten van de meest illustere Anatolische culturen: de beschaving van de mysterieuze Hettieten. De Hettieten heersten over een rijk dat op zijn hoogtepunt in de 13de eeuw v. C. gelijkwaardig was aan de grote rijken van Egypte en Mesopotamie. De Hettische beschaving bereikte in politiek en sociaal opzicht een zeer hoog peil. Dat blijkt al na een snelle blik op de Hettitische hoofdstad Hattusa, op 3 km afstand van het dorp Bogazkale. Hattusa werd ooit omringd door een 6 km lange stenen muur van 10m hoog. De stad was 600 jaar lang een belangrijk centrum van de antieke wereld. In de bovenstad staat de Leeuwenpoort. Anonieme aanvallers hebben geprobeerd om de stad te veroveren, maar werden bij iedere poging tegengehouden door de enorme bronzen deuren in de poort. Een zelfde robuustheid vertoonden ook de muren, die waren verstevigd met metalen stangen. Sommigen daarvan zijn nog te zien. De Hettieten wierpen enorme verdelingswallen op om te stad te beschermen. Van hieruit is het uitzicht fenomenaal. Tot ver in de omgeving kan men kilometers alles in de gaten houden. Ook bouwden zij 70 m lange geheime tunnels, zoals de Yerkapi, waardoor soldaten de stad ongemerkt konden verlaten. Verderop in de stad staat de Koningspoort, die dateert van 1400 v. C. Hier stond vroeger het mooiste beeld dat de Hettische beschaving heeft voortgebracht. Inmiddels is het naar het museum in Ankara verplaatst en vervangen door een afdruk van gips.

Bozagkale

 

Ankara

Hierna vertrekken we naar Ankara. Langs de weg eten we van een stalletje gekochte watermeloen. Na het bereiken van de snelweg gaat de reis voorspoedig. 's Middags komen we aan in Ankara. Het heeft waarschijnlijk hard geregend, want overal staat nog veel water op de weg. We proberen een ons bekend hotel te zoeken. Echter er zijn veel eenrichtingswegen en enorm lang. Tot twee maal toe rijden we voorbij het hotel, maar uiteindelijk weten we voor hotel Akman te parkeren. Hierna gaan we uit eten en we willen geld gaan wisselen. Dit wordt echter een stevige wandeling. Meestal kom je de wisselkantoren regelmatig tegen, maar nu is het lang zoeken. 's Avonds bereiken we uiteindelijk ons hotel weer. De volgende dag gaan we Ankara uitgebreid bekijken. Met de kaart in de hand lopen we de bezienswaardigheden af. De belangrijkste doorgaande route van de stad is de Ataturk Bulvari. Deze boulevard loopt vanuit de diplomaten- en villawijken in het zuidelijke deel van de stad naar het hart van de oude stad Ulus. We wilden beginnen bij de Julianus-zuil. De zuil werd in de 4de eeuw opgericht om het bezoek te gedenken van Julianus de Afvallige. Het kostte echter heel wat moeite om deze zuil te vinden. Elke hoge toren zagen we aan voor deze zuil. We waren al zolang onderweg dat we maar besloten terug te gaan. We liepen langs een bazaar en hebben een prachtig uitzicht op de citadel, die op een heuvel staat. Tot ons geluk kwamen we de zuil tegen. Dit viel echter tegen. Op de zuil nestelen ooievaars en het voetstuk deed dienst als openbaar toilet van de chauffeurs van de dolmus-standplaats. Vervolgens gingen we naar het museum van Anatolische Culturen. Dit was een stevige wandeling vooral omdat het bergop ging. Het was echter de moeite waard. In het ruime museum, dat een van de belangrijkste ter wereld is en dit jaar ook nog een prijs had gekregen voor het mooiste museum, zijn overblijfselen uit het Paleolithicum en Neolithicum te zien. Sommige voorwerpen waaronder zeldzame beelden, zijn opgegraven in wat waarschijnlijk de oudste nederzetting ter wereld is: Catal Hoyuk. Al even indrukwekkend zijn de gouden en bronzen ornamenten en tientallen kleitabletten. Vanuit hier wilden we naar het mausoleum van Ataturk, hetgeen we in de verte zagen. Echter toen we de heuvel afgelopen waren. Verdwaalden we hopeloos. Uiteindelijk kwamen we uit bij de Oper, de staatsopera opgericht door Ataturk. We waren vlak bij ons hotel uitgekomen. Na een tijdje in het tegenover gelegen park te hebben gezeten, besloten we een taxi te nemen naar mausoleum, omdat we al zeer moe waren. Het mausoleum Anitkabir in de wijk Maltepe wordt omringd door een tiental tuinen. Bij de hoofdingang staan aan de Leeuwenweg 24 gebeeldhouwde Hettische leeuwen. Rechts van de ingang staat de Onafhankelijkstoren en links de Vrijheidstoren. Daartegenover staat een aantal voor de Turkse natie symbolische beelden. Links van de binnenplaats bevindt zich het Atatuk-museum, met een groot aantal uiteenlopende voorwerpen die herinneren aan Ataturk zoals medailles, zwaarden en zelfs zijn kostuums. Alles zeer indrukwekkend met name de grote schilderijen, die de grote veldslagen weergeven. We nemen weer de taxi en gaan terug naar het centrum. Omdat het regent stappen we een restaurant binnen. Nog nooit hebben we een zo‘n lekkere cappuccino met karamel gedronken.

Mausoleum Ataturk

 

Istanbul

De volgende dag aanvaarden we om 8 uur de terugreis naar Istanbul. Op de snelweg schieten we snel op. Er rijdt haast geen kip op de weg. Bij Bolu moeten we nog over een hoge pas heen, die we op de heenweg ook moesten oversteken. Pas nu zien we dat deze pas erg gevaarlijk is. Daar is de weg zeer slecht en smal. Ook zien we verschillende gekantelde vrachtwagens in de berm liggen. Hierna vervolgen we de reis en bereiken tegen 14.00 uur ons hotel in Istanbul. Over de afstand van ruim 450 km hebben we zes uur gedaan. Niet gek vinden we. De hoteleigenaar in Istanbul, die vaak naar Ankara rijdt vertelde ons echter dat hij het in tweeënhalf uur reed. We blijven nog twee dagen in Istanbul, waarna we weer huiswaarts keren van deze fantastische rondreis.

Jo en Mirando Jansen.

 

Vaste Kosten
Tickets Amsterdam-Istanbul vv E 360
Auto huur in Istanbul E 200
Overnachten Istanbul  
Tolbrug TL 1.000.000
Tolweg tot Bolu TL 1.500.000
Tolweg TL 1.250.000
1. Benzine TL 31.600.000
2. Benzine TL 29.946.000
Tolweg na Bolu TL 1.250.000
Overnachten Safranbolu TL 40.000.000
Samsun parkeergeld TL 5.000.000
Overnachten Samsun TL 17.500.000
3. Benzine TL 53.000.000
Overnachten Trabzon TL 20.000.000
Parkeren TL 3.000.000
4. Benzine TL 31.644.000
5. Benzine TL 41.000.000
Hotel in Rize 2 nachten TL 65.000.000
6. Benzine TL 45.000.000
Kosten Hotel langs de weg TL 30.000.000
Kosten Hotel in Amasya TL 30.000.000
7. Benzine TL 45.000.000
Parkeren in Ankara TL 16.000.000
Kosten Hoetel in Ankara, 2 nachten TL 80.000.000
8. Benzine TL 50.000.000
Tolweg TL 1.000.000
Tolweg na Bolu TL 1.250.000
Tolweg Bolu tot Istanbul TL 2.000.000
Totaal in TL 644.940.000  
In Euro is dat E 430 E 430
Hotelkosten in Istanbul E 150
     
Totaal E 1.140

Terug